Huishoudelijk Reglement

HUISHOUDELIJK REGLEMENT.

Naam, zetel en duur.

Artikel 1

  1. De vereniging draagt de naam: Eindhovense Hengelsport Vereniging. Afgekort E.H.V.Zij wordt in het huishoudelijk reglement genoemd: “de vereniging”.De vereniging heeft haar zetel te Eindhoven.
  1. De vereniging is opgericht op 29 januari 1954 en aan­gegaan voor onbepaalde tijd.

Doel en werkwijze.

Artikel 2.

  1. Het doel van de vereniging is:
    1. Het bevorderen van de hengelsport als sportieve recreatie;
    2. Het beschermen en verbeteren van de visstand;
    3. Het behartigen van de belangen op hengelsportgebied van de sportvissers in het algemeen en van de leden en de jeugdleden van de vereniging in het bijzonder.
  2. De vereniging tracht haar doelstelling te bereiken, hetzij zelfstandig, hetzij in samenwerking met andere hengelsportverenigingen, hetzij door aansluiting bij en in samenwerking met overkoepelende organisaties, door:
    1. het kopen, huren of op andere wijze, met of zonder lasten, ter beschikking krijgen van vis en looprecht, viswater, terreinen, opstallen en van overige zaken, die de beoefening van de hengelsport kunnen bevorde­ren;
    2. te streven naar wettelijke regelingen en andere overheidsmaatregelen, waardoor de belangen van de hengelsport worden gewaarborgd en mogelijk bevorderd;
    3. het in stand houden en verbeteren van een milieu dat aan de beoefening van de hengelsport zoveel mogelijk kansen biedt;
    4. Het zonodig uitzetten van vissoorten die voor de hengelsport en/of het milieu van belang zijn of kunnen zijn en overigens het zoveel mogelijk op peil houden van de visstand in het ter beschikking van de (jeugd) leden staande viswater;
    5. alle overige wettige middelen welke de doelstellingen van de vereniging kunnen bevorderen.

Categorieën van betrokken personen.

Artikel 3.

De vereniging kent:

  1. Ereleden;
  2. Leden;
  3. Jeugdleden;
  4. Begunstigers;
  5. Adviseurs;

Ereleden.

Artikel 4.

Ereleden zijn natuurlijke personen die vanwege hun verdiensten voor de vereniging en/of de hengelsport in het algemeen op voorstel van het bestuur door de ledenvergadering tot erelid zijn benoemd.

Ereleden hebben alle rechten, voortvloeiend uit het lidmaatschap van de vereni­ging behoudens het stemrecht. Ereleden zijn vrijgesteld van financiële verplichtingen jegens de vereniging, tenzij zij tevens betalend lid van de vereniging zijn, in welk geval zij eveneens het stemrecht hebben.

Leden en lidmaatschap

Artikel 5.

  1. Leden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen die de leeftijd van vijftien jaar hebben bereikt of zullen bereiken in het jaar waarin zij zich voor het lidmaatschap aanmelden.
  2. De aanmelding voor het lidmaatschap dient schriftelijk te geschieden bij het bestuur of door middel van een, bij het secretariaat of contactadressen van de vereniging te verkrijgen aanmeldingsformulier.
  3. Het bestuur beslist over de toelating tot het lidmaatschap binnen een maand na ontvangst van het aanmeldingsformulier. Bij toelating tot het lidmaatschap ontvangt het lid een lidmaatschapsbewijs/ vergunning.

Bij niet-toelating geeft het bestuur de aanvrager van het lidmaatschap schriftelijk bericht daarvan.

  1. Bij niet-toelating tot het lidmaatschap staat de aanvrager binnen één maand na ontvangst van voormelde schriftelijke kennisgeving, vermeldende de redenen, welke tot weigering van de toelating hebben geleid en vermeldende de mogelijkheid van beroep tegen die beslissing, staat schriftelijk beroep open op de commissie van beroep als vermeld in artikel 24.

De commissie van beroep beslist in hoogste instantie omtrent het ingestelde beroep binnen zes weken na ontvangst door het bestuur van het beroepschrift en kan alsnog tot toelating besluiten, in welk geval de betrokkene een           lidmaatschapsbewijs/vergunning ontvangt. De aanvrager wordt ten spoedigste van het besluit van die commissie schriftelijk in kennis gesteld.

  1. Een jeugdlid wordt met ingang van één januari van het jaar, waarin het jeugdlid de leeftijd van vijftien jaar bereikt, toegelaten tot het lidmaatschap van de vereniging, tenzij het jeugdlidmaatschap vóór bedoelde datum schriftelijk is opgezegd.

Jeugdleden en jeugdlidmaatschap.

Artikel 6.

  1. Jeugdleden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen die de leeftijd van acht jaar doch nog niet de leeftijd van vijftien jaar hebben bereikt of zullen bereiken in het jaar waarin zij zich voor het jeugdlidmaatschap aanmelden.
  2. De aanmelding voor het jeugdlidmaatschap dient schriftelijk te geschieden bij het bestuur of door middel van een, bij het secretariaat of contactadressen van de vereniging te verkrijgen aanmeldingsformulier. De indiening van het aanmeldingsformulier voor het jeugdlidmaatschap houdt in een aanmelding voor het lidmaatschap van de vereniging met ingang van de datum waarop de aanvrager dat lidmaatschap kan verkrijgen, onder toepassing van het bepaalde in artikel 5 lid 5.
  3. Het bestuur beslist over de toelating tot het jeugdlidmaatschap binnen één maand na ontvangst van het aanmeldingsformulier.

Bij toelating tot het jeugdlidmaatschap wordt een ten name van het jeugdlid gesteld jeugdlidmaatschapsbewijs/vergunning toegezonden.

Bij niet toelating geeft het bestuur de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de aanvrager schriftelijk bericht daarvan.

Tegen zodanige beslissing van het bestuur staat geen beroep open.

Aanvang en einde van het lidmaatschap

Artikel 7.

  1. Het lidmaatschap van de vereniging vangt aan op de datum waarop het bestuur casu quo de commissie van beroep tot de toelating van de aanvrager heeft besloten. In het geval, vermeld in artikel 5 lid 5 vangt het lidmaatschap van het betrokken jeugdlid aan op één januari van het jaar, waarin dat jeugdlid de leeftijd van vijftien jaar bereikt.
  2. Het lidmaatschap eindigt:
  3. door overlijden van het lid;
  4. door schriftelijke opzegging door het lid;
  5. door schriftelijke opzegging namens de vereniging;

Deze opzegging kan geschieden wanneer een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet, niet tijdig of niet volledig nakomt alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap van het  betrokken lid voort te zetten;

  1. door ontzetting uit het lidmaatschap met onmiddellijke ingang. Deze ontzetting kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, het huishoudelijk reglement of besluiten der vereniging handelt, waaronder begrepen het begaan van de overtredingen welke zijn opgenomen in het huishoudelijk reglement, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
  2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.
  3. Opzegging door het lid of namens de vereniging kan slechts geschieden tegen eenendertig december van enig jaar en met inachtneming door een lid van een opzeg­gingstermijn van tenminste vier weken, door middel van een gedagtekende en persoonlijk ondertekende brief aan het bestuur; namens de vereniging kan de opzegging plaatsvinden met inachtneming van een opzeggingstermijn van tenminste één maand. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van een lid of van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op eenendertig december van het jaar volgende op het jaar waarin is opgezegd.
  5. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
  6. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit, schrifte­lijk beroep open op de commissie van beroep. Indien artikel 7 lid 7 van toepassing, wordt de commissie van beroep benoemd tijdens de ledenvergadering.

De betrokkene wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit in kennis gesteld, met opgave van redenen en onder vermelding van de mogelijkheid van beroep daartegen.

Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het betrokken lid geschorst.

  1. De commissie van beroep beslist in hoogste instantie omtrent het ingestelde beroep binnen zes weken na ontvangst door het bestuur van het beroepschrift.

Het betrokken lid wordt zo spoedig mogelijk van het desbetreffende besluit van die commissie schriftelijk in kennis gesteld.

Wanneer de commissie van beroep het ingestelde beroep gegrond acht eindigt de schorsing van het betrokken lid op de dag van de dienovereenkomstige uit­spraak van de commissie;

Wanneer de commissie van beroep het ingestelde beroep ongegrond acht eindigt het lidmaatschap van het betrokken lid op de dag van de dienovereenkomstige uitspraak van de commissie.

  1. Alvorens het bestuur een besluit neemt tot opzegging van, of ontzetting uit het lidmaatschap kan het bestuur het betrokken lid schriftelijk een waarschu­wing doen toekomen, vermeldende de reden(en) welke kan (kunnen) leiden tot een zodanig besluit van het bestuur. Het bestuur kan aan die waarschuwing een periode verbinden waarbinnen het betrokken lid alsnog volledig aan zijn verplichtingen jegens de vereniging moet hebben voldaan.
  2. Het bestuur kan eveneens, alvorens een besluit te nemen tot opzegging van, of ontzetting uit het lidmaatschap het betrokken lid schorsen voor een periode welke ten hoogste zes maanden kan belopen.

De schorsing eindigt van rechtswege wanneer het bestuur niet vóór het einde van de schorsingsperiode een besluit heeft genomen hetzij tot opzegging van het lidmaatschap van het betrokken lid of tot ontzetting van dat lid uit zijn lidmaatschap, hetzij tot beëindiging van de schorsing.

Het betrokken lid ontvangt omtrent zijn schorsing een aangetekende schrif­telijke mededeling, vermeldende de periode gedurende welke hij is geschorst, de     redenen welke tot zijn schorsing hebben geleid, alsmede de mededeling dat het     bestuur zal overgaan tot opzegging van zijn lidmaatschap of ontzetting uit zijn lidmaatschap wanneer het betrokken lid niet alsnog voor het einde van de schorsingsperiode volledig aan zijn verplichtingen jegens de vereniging heeft voldaan of dat lid gedurende de schorsingsperiode dan wel daarna de overtreding(en) of handeling(en) in strijd met de statuten, het huishoude­lijk reglement of de besluiten van de vereniging herhaalt.

  1. De commissie ter behandeling van de overtredingen, als bedoeld in artikel 16 lid 1 sub d, is bevoegd een lid of jeugdlid te schorsen voor een periode van ten hoogste twee maanden, na overleg met het bestuur.
  2. Tijdens de schorsing als vermeld in lid 7, lid 10 en 11 van dit artikel kunnen door het (jeugd)lid geen lidmaatschapsrechten worden uitgeoefend.

Een geschorst (jeugd)lid is verplicht de door of namens de verenig­ing aan hem uitgegeven vergunning(en) voor de duur van de schorsing in te leveren.

  1. Het lidmaatschap wordt aangegaan voor het lopende verenigingsjaar voor de jeugdleden, met stilzwijgende voortzetting van jaar tot jaar voor de leden.

Aanvang en einde van het jeugdlidmaatschap

Artikel 8.

  1. Het jeugdlidmaatschap van de vereniging vangt aan op de datum waarop het bestuur tot toelating van de aanvrager tot het jeugdlidmaatschap heeft besloten.
  2. Het jeugdlidmaatschap eindigt op overeenkomstige wijze als bepaald in het voorgaande artikel, met dien verstande dat tegen een besluit van het bestuur tot opzegging van het jeugdlidmaatschap of ontzetting van het betrokken jeugdlid uit zijn jeugdlidmaatschap geen beroep op de commissie van beroep mogelijk is.
  3. Het jeugdlidmaatschap eindigt eveneens in het geval als bedoeld in artikel 5 lid 5.
  4. De bepalingen omtrent een waarschuwing en een schorsing als vermeld in de leden 9, 10 en 11 van het voorgaande artikel zijn van overeenkomstige toepassing op een jeugdlid, met dien verstande dat alle schriftelijke mededelingen terzake worden gericht aan het jeugdlid en de wettelijke vertegen­woordiger van het betrokken jeugdlid.

Rechten en verplichtingen van de leden en de jeugdleden

Artikel 9.

  1. Het lidmaatschap van de vereniging geeft de leden het recht:
  2. deel te nemen aan de ledenvergaderingen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen;
  3. Gebruik te maken van alle door de vereniging geboden faciliteiten op het gebied van de hengelsport, neergelegd in de statuten, het huishoudelijk reglement en/of besluiten van de vereniging;
  4. deel te nemen aan door de vereniging, al dan niet in samenwerking met een andere hengelsportvereniging of een overkoepelende organisatie georganiseerde wedstrijden en andere activiteiten;
  5. een lidmaatschapsbewijs/vergunning te ontvangen.
  6. alleen de wedstrijdvissers van de vereniging mogen aan de Federatie; en NVVS wedstrijden deelnemen (zie wedstrijdreglement)
  7. Het jeugdlidmaatschap van de vereniging geeft de jeugdleden het recht:
  1. deel te nemen aan de ledenvergaderingen en daarin het woord te voeren;
  2. gebruik te maken van alle door de vereniging geboden faciliteiten op het gebied van de hengelsport, neergelegd in de statuten, het huishoudelijk regle­ment en/of besluiten van de vereniging tenzij daarbij uitdrukkelijk is vastgelegd dat bepaalde faciliteiten niet openstaan voor de jeugdleden;
  3. deel te nemen aan door de vereniging, al dan niet in samenwerking met een andere hengelsportvereniging of een overkoe­pelende organisatie georganiseerde wedstrijden en andere activiteiten, tenzij door het bestuur is besloten dat deelname aan een bepaalde wedstrijd of activiteit niet voor jeugdleden openstaat;
  4. een jeugdlidmaatschapsbewijs/vergunning te ontvangen.
  5. alleen met één gewone hengel te vissen, tenzij in de vergunning anders is bepaald.
    1. De leden en jeugdleden zijn verplicht:
  6. de statuten, het huishoudelijk reglement en de besluiten van de vereniging na te leven;
  7. binnen één maand na de aanvraag van het lidmaatschap respectievelijk het jeugdlidmaatschap het inschrijfgeld te voldoen waarna het lidmaatschapsbewijs respectievelijk het jeugdlidmaatschapsbewijs met de vergunningen wordt toegezonden;
  8. de jaarlijkse contributie voor leden respectievelijk jeugdleden te voldoen op de daarvoor in het huishoudelijk reglement vastgestelde wijze en tijdstippen. Uitgezonderd zijn: de winnaars van het Koning/Koninginvissen en jeugdkoning/koningin vissen.

Deze zijn vrijgesteld van contributie voor het jaar volgend op het jaar waarin het Koning(in)schap werd behaald.

  1. zich te onthouden van de in het huishoudelijk reglement opgenomen overtredingen en de vergunningsvoorwaarden na te leven;
  2. te voldoen aan de verzoeken van de controleurs als vermeld in artikel 25;
  3. tot nakoming van de verplichtingen welke door de vereniging in naam van de leden en de jeugdleden zijn aangegaan.
    1. Een lid of jeugdlid kan de toepasselijkheid te zijnen opzichte van een besluit van het bestuur of van de ledenvergadering waarbij de verplichtingen van de (jeugd)leden,- verplichtingen van geldelijke aard en/of van andere aard-, zijn verzwaard door opzegging van zijn (jeugd)lidmaatschap niet uitsluiten.
    2. Alle stukken bestemd voor de vereniging, haar bestuur en overige organen en de namens haar optredende personen kunnen worden verzonden naar het daartoe door het bestuur onder meer in het verenigingsblad bekend gemaakte adres van het secretariaat.

Begunstigers en adviseurs.

Artikel 10.

  1. Begunstigers zijn natuurlijke personen of rechtspersonen die zich tegenover de vereniging hebben verbonden tot een bijdrage in geld, goederen of diensten zonder daarvoor een tegenprestatie te verlangen, begunstigers hebben geen andere rechten dan hen bij de statuten zijn toegekend.
  2. Adviseurs zijn natuurlijke personen of rechtspersonen die uitgenodigd worden om een advies uit te brengen, dit advies is niet bindend, en kunnen alleen op verzoek van de voorzitter op de bestuurs- of ledenver­gadering uitgenodigd worden.

Bestuur; benoeming van bestuursleden.

Artikel 11.

  1. De vereniging wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit tenminste drie bestuursleden en ten hoogste negen bestuursleden.

Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door het zittende bestuur, met inachtneming van voormelde grenzen.

  1. Bestuursleden worden benoemd door de ledenvergadering uit de meerderjarigen
  2. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een niet-bindende voordracht welke voor elke vacature wordt opgemaakt door het bestuur.

Eveneens kan een zodanige voordracht worden opgemaakt door een groep van vijftien of meer leden.

Een voordracht behoeft voor elke vacature slechts één naam te bevatten.

  1. De voordracht(en) van het bestuur wordt (worden) bij de oproeping voor de vergadering waarin de benoeming van bestuursleden aan de orde komt, medegedeeld.

De voordracht(en) van de leden dient (dienen) uiterlijk drie weken vóór de dag der vergadering schriftelijk bij het bestuur te zijn ingediend, vergezeld van een bereidverklaring van de voorgedragen kandidaat om bij zijn benoeming tot bestuurslid die functie te aanvaarden. De voordracht(en) van de leden wordt (worden) in de agenda voor de betreffende vergadering vermeld.

  1. De benoeming van een bestuurslid vindt plaats uit de opgemaakte voordracht(en).

De ledenvergadering kan echter met de meerderheid van de uitgebrachte stemmen een bestuurslid benoemen uit de meerderjarige leden buiten de opgemaakte voordracht(en) om.

Einde bestuurslidmaatschap; schorsing; bestuur een wettig college.

Artikel 12.

  1. Een bestuurslid kan, ook al is hij voor een bepaalde tijd benoemd, te allen tijde door de ledenvergadering op een met redenen omkleed voorstel van alle overige bestuursleden of van een meerderheid van de vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen zes maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag of tot opheffing van de schorsing eindigt door het verloop van die termijn.

Tijdens de schorsing kan de betrokkene zijn bestuursfunctie niet uitoefenen.

  1. Telkenjare aan het einde van de jaarvergadering als bedoeld in artikel 28 lid 2 treden tenminste twee bestuursleden af volgens een zodanig door het bestuur op te maken rooster van aftreden, dat elk bestuurslid uiterlijk aftreedt aan het einde van de jaarvergadering gehouden in het derde jaar, volgende op het jaar in de loop waarvan hij werd benoemd.

Een volgens rooster aftredend bestuurslid is terstond  herbenoembaar.

Het bestuurslid dat in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster van aftreden de plaats van zijn voorganger in.

  1. Bij aftreden volgens rooster blijft een bestuurslid in functie totdat hij is herbenoemd dan wel zijn opvolger is benoemd.

De voorzitter en de secretaris treden nimmer gelijktijdig af.

  1. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
    1. door bedanken;
    2. door overlijden;
    3. door ontslag door de ledenvergadering;
    4. doordat een bestuurslid ophoudt lid van de vereniging te zijn.

In de gevallen genoemd onder a. en d. treedt het bestuurslid af aan het einde van de eerste bestuursvergadering, volgend op de omstandigheid welke tot zijn aftreden heeft geleid.

  1. Indien het aantal bestuursleden te enigertijd daalt beneden het minimum als bedoeld in artikel 11 lid 1, blijft het bestuur niettemin een wettig college vormen uiterlijk tot de afloop van de eerstvolgende ledenvergadering, gehouden nadat genoemde situatie is ontstaan en nadien tenminste twee maanden zijn verlopen, door welke vergadering in de bestaande vacature(s) moet worden voorzien.

Wanneer door de desbetreffende ledenvergadering niet zodanig in de vacature(s) wordt voorzien dat het bestuur wederom uit tenminste drie bestuursleden bestaat, is elk lid van de vereniging bevoegd aan de Arrondissementsrechtbank te ’s Hertogenbosch te verzoeken een zodanig aantal bestuursleden met inachtneming van de statuten te benoemen dat het bestuur wederom uit ten minste drie bestuursleden bestaat.

Bestuursfuncties, – vergaderingen en – besluitvorming.

Artikel 13.

  1. De ledenvergadering wijst uit de bestuursleden, op voorstel van het bestuur, een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan.

Overigens verdelen de bestuursleden de werkzaamheden van het bestuur in onderling overleg met inachtneming van de specifieke taken van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester van het bestuur.

  1. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of een ander bestuurslid zulks wenselijk acht, doch tenminste vier maal per jaar.

De oproeping voor een bestuursvergadering geschiedt schriftelijk, op een termijn van tenminste veertien dagen onder vermelding van de agenda en onder toevoeging van de bij de agenda behorende bijlagen.

Bij spoedgevallen wordt volstaan met een telefonische oproep.

In spoedeisende gevallen waarvoor moeilijk het gehele bestuur kan worden geraadpleegd, wordt door het Dagelijks Bestuur een beslissing genomen, waarvan echter in de eerst volgende bestuursvergadering mededeling moet worden gedaan.

  1. De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter en bij diens afwezigheid door degene, die daartoe door het bestuur wordt aangewezen.

Bestuursleden kunnen staande de vergadering agendapunten inbrengen mits met toestemming van de voorzitter van de vergadering.

  1. Ieder bestuurslid brengt ter vergadering één stem uit.

Bestuursleden kunnen zich ter vergadering niet laten vertegenwoordigen.

  1. Geldige besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van stemmen in een vergadering, waarin tenminste drie bestuursleden aanwezig zijn.

Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter anders beslist.

Blanco stemmen en onthoudingen worden geacht niet te zijn uitgebracht.

Bij staken van de stemmen wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.

  1. Een unanieme schriftelijke verklaring van de gezamenlijk fungerende bestuursleden heeft dezelfde rechtskracht als een besluit, het welk op geldige wijze werd genomen in een vergadering van het bestuur.

Een zodanige verklaring wordt bewaard bij de notulen.

  1. Van het in een bestuursvergadering verhandelde worden notulen gehouden door de secretaris of diens gemachtigde of door degene, die daartoe door de voorzitter van de vergadering wordt aangewezen, welke notulen in de volgende vergadering door het bestuur worden vastgesteld en ten blijke daarvan, door de dan fungerende voorzitter en notulist worden ondertekend.
  2. Overige regelingen in zake de bestuursvergaderingen worden door het bestuur in onderling overleg vastgesteld.

Bestuurstaak en bestuursbevoegdheid; dagelijks bestuur.

Artikel 14.

  1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten en de Wet is het bestuur belast met het besturen van de vereniging, waaronder begrepen het uitvoeren van de besluiten van de ledenvergadering.
  2. Het bestuur is bevoegd:
  3. na voorafgaande goedkeuring van de ledenvergadering, tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen of op andere titel in eigendom verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, alsmede tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheid stelling voor een schuld van een derde verbindt;
  4. na voorafgaande goedkeuring van de ledenvergadering het lidmaatschap aan te vragen en te beëindigen van een overkoepelende Federatie van Hengelsportverenigingen tot welks belangengebied de vereniging behoort en aan de­ (jeugd)leden van de vereni­ging de verplichtingen op te leggen waartoe zodanig lidmaatschap de vereniging verplicht;
  5. de vereniging in naam van de (jeugd)leden andere verplichtingen te laten aangaan;
  6. tot het benoemen en ontslaan van de leden van de commissies als bedoeld in artikel 24 lid 4;
  7. tot het aanstellen van controleurs als bedoeld in artikel 25.
  8. De voorzitter de secretaris en de penningmeester vormen tezamen het dagelijks bestuur (D.B.) van de vereniging en zijn als zodanig meer in het bijzonder belast met de dagelijkse gang van zaken.

Het Dagelijks Bestuur is te allen tijde bevoegd inzage in de boekhouding te krijgen.

Taken bevoegdheden voorzitter

Artikel 15.

  1. De voorzitter heeft onder meer de volgende taken en bevoegdheden: Hij is belast met de leiding van de bestuursvergadering, algemene en/of buitengewone ledenvergadering. Hij zorgt voor de naleving van de statuten en het huishoudelijk reglement en tekent na goedkeuring de notulen van de bestuurs – algemene – en buitengewone ledenvergadering.
  2. Bij alle officiële vertegenwoordigingen van de vereniging is hij de woordvoerder, tenzij hij deze taak aan een ander bestuurslid heeft overgedra­gen.
  3. Hij heeft het recht de vergaderingen voor onbepaalde of bepaal­de tijd te schorsen.
  4. Hij heeft het recht debatten in de door hem geleide vergaderingen te sluiten, evenwel met de verplichting deze weer te heropenen, indien de gewone meerderheid van de in de vergadering aanwezige stemgerechtigden dit wenst.
  5. Hij heeft toegang tot alle vergaderingen en bijeenkomsten van commissies of van andere tot de vereniging behorende lichamen en kan aan de discussies deelnemen. Hij ziet er tevens op toe dat er geen besluiten genomen worden, die in strijd zijn met de statuten en het huishoudelijk reglement.
  6. Bij tijdelijke verhindering van een bestuurslid wordt, voor zover niet in de statuten en het huishoudelijk reglement anders is bepaald, door hem een ander bestuurslid aangewezen om het eerstgenoemde bestuurslid tijdelijk te vervangen.

Vervangen bij ontstentenis cq. belet voorzitter

Artikel 16.

Bij ontstentenis of belet van de voorzitter neemt de tweede voorzitter diens functie over. De tweede voorzitter treedt, zolang het waarnemen van diens functie duurt, in alle taken en bevoegdheden van de voorzitter. Bij ontstentenis of belet van de voorzitter en de tweede voorzitter zal het bestuur een bestuurslid aanwijzen die de functie zal waarnemen. Deze treedt dan, zolang het waarnemen van de functie duurt, in alle taken en be­voegdheden van de voorzitter.

Taken en bevoegdheden secretaris

Artikel 17.

  1. Het toezicht op en/of het verzorgen van de correspondentie van de vereniging.
  2. Het toezicht op en/of bewaren van alle officiële stukken en van de corres­pondentie.
  3. Het toezicht op en/of het laten verzorgen van de ledenadministratie, met berichtgeving hiervan aan de penningmeester.
  4. Het toezicht op en/of het laten verzorgen van de notulen, welke van alle vergaderingen gemaakt dienen te worden.
  5. Het maken van een jaarverslag.
  6. Het verzorgen van het inlegvel.(Kontaktblad)

Taken en bevoegdheden penningmeester

Artikel 18.

  1. Het toezicht op en/of het verzorgen van de financiële administratie, de invordering van inschrijfgeld en contributie, de donaties, de boeten en alle andere inkomsten van de vereniging.
  2. Het toezicht op en/of de voldoening van de rekeningen welke gevolg zijn van de uitvoering van de bestuursbesluiten.
  3. Het geven van een jaarlijks financieel overzicht aan de ledenvergadering.
  4. Het geven van gelegenheid aan de kascontrole-commissie tot volledig controle van zijn administratie en boekhouding.
  5. Het indienen van een begroting van de verenigingsfinanciën bij de ledenvergadering.
  6. Het verzorgen van een financieel jaarverslag.
  7. De vereniging is mede verantwoordelijk.

De penningmeester is verplicht, zodra de kasmiddelen meer dan ¦ 500,- bedragen, het meerdere te deponeren op een door het bestuur aan te wijzen bank – of giro-instelling. Alleen in overleg met het bestuur kan hiervan worden afgeweken.

Het geld wordt geplaatst ten name van de vereniging. Voor het opnemen van gedeponeerde of belegde gelden is de handtekening van de voorzitter en de penningmeester vereist. Alle kwitanties en nota’s moeten ten name van de vereniging worden gesteld.

Taken en bevoegdheden overige bestuursleden

Artikel 19.

De tweede secretaris en de tweede penningmeester zijn de secretaris resp. penningmeester behulpzaam en nemen bij diens ontstentenis of belet diens functie over. De overige bestuursleden staan de andere bestuursleden bij, daar waar nodig is.

Ontstentenis van bestuursleden

Artikel 20.

Indien een bestuurslid langer dan zes maanden verhinderd is zijn functie te vervullen, wordt zijn mandaat vervallen verklaard. Als deze verhindering het gevolg is van ziekte -of overmacht- heeft het bestuur het recht deze termijn te verlengen tot twaalf maanden.

Benoeming bestuursleden

Artikel 21.

Bestuursleden van andere hengelsportverenigingen die tevens lid zijn van EHV kunnen uit hoofde van het lidmaatschap van de andere vereniging geen bestuursfunctie in EHV bekleden.

Overdracht van bescheiden

Artikel 22.

De overdracht van bescheiden, gelden en eigendommen der vereniging, berustende bij aftreden of volgens artikel 12 der statuten uit hun functie ontheven bestuursleden, moeten binnen veertien dagen na ontheffing en/of aftreding plaatsvinden.

Hier kan door omstandigheden het bestuur een andere beslissing nemen.

Vertegenwoordiging

Artikel 23.

De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende leden van het bestuur waaronder te allen tijde één lid van het dagelijks bestuur.

De vereniging kan aan de penningmeester volmacht verlenen om binnen bepaalde grenzen zelfstandig te beschikken over de geldmiddelen van de vereniging, alsmede om de lidmaatschapsbewijzen te tekenen als bewijs voor de ontvangst van de contributie.

Commissies.

Artikel 24.

  1. De vereniging kent de volgende commissies:
    1. de kascontrole-commissie.
    2. De vereniging kan voorts instellen:
    3. de commissie van beroep;
    4. een commissie water- en visstandbeheer;
    5. een commissie ter behandeling van overtredingen;
    6. een wedstrijdcommissie,
    7. alsmede zodanige andere commissies als door het bestuur noodzakelijk of wenselijk wordt geacht.
  2. De commissie van beroep heeft tot taak het behandelen van en beslissen over een beroepschrift als bedoeld in artikel 5 lid 4 en artikel 7 lid 8.

Deze commissie bestaat uit drie leden en één plaatsvervangend lid.

De commissie is voltallig en bevoegd rechtsgeldig te besluiten wanneer zij bestaat uit het aantal leden en/of plaatsvervangende leden als bedoeld in voorgaande zin.

De benoeming van de leden en het plaatsvervangend lid geschiedt door de leden­vergadering uit de meerderjarige leden van de vereniging welke geen deel uitmaken van het bestuur, op voordracht van het bestuur of van een groep van drie of meer leden. Een voordracht behoeft voor elke vacature slechts één naam te bevatten.

De benoeming vindt plaats voor een onbepaalde periode.

Op de benoeming van leden en plaatsvervangende leden van de commissie van beroep zijn de bepalingen van artikel 11 leden 4 en 5 van overeenkomstige toepassing.

De commissie van beroep werkt onafhankelijk van het bestuur.

In het huishoudelijk reglement wordt de werkwijze van deze commissie nader geregeld. artikel 39.

  1. De samenstelling, de wijze van benoeming en de taak en bevoegdheden van de kascontrole-commissie zijn geregeld in artikel 27 lid 4.

De kascontrole-commissie werkt onafhankelijk van het bestuur.

  1. In de jaarvergadering of in een andere ledenvergadering kunnen op voorstel van het bestuur door die vergadering worden ingesteld, een of meer van de in het voorgaande lid 1 onder “b” en volgende bedoelde commissies.

Met betrekking tot zodanige commissies gelden de volgende bepalingen.

Het voorstel van het bestuur tot instelling van een commissie bevat de hoofdlijnen van de taakomschrijving, de bevoegdheden en de werkwijze van die commissie. Na instelling van de commissie worden de taakomschrijving, bevoegdheden, werkwijze en al hetgeen nadere regeling behoeft, opgenomen in het huishoudelijk reglement voor zover daaromtrent niet al reeds bepalingen in dat reglement zijn opgenomen.

De leden van een commissie worden benoemd door het bestuur uit de leden van de vereniging.

Tenminste 3 leden kunnen ter zake een voorstel bij het bestuur indienen.

Commissieleden worden benoemd voor onbepaalde tijd; zij kunnen te allen tijde door het bestuur van hun functie worden onthe­ven.

Een commissie werkt onder verantwoordelijkheid van het bestuur.

Controle

Artikel 25.

  1. De controle op en aan het viswater, vallende onder het beheer van de vereniging, wordt door het bestuur opgedragen aan een of meer door het bestuur daartoe aangewezen leden van de vereniging die de leeftijd van vijf en twintig jaar hebben bereikt en zich nooit aan enige overtreding jegens de vereniging hebben schuldig gemaakt.

Het bestuur stelt het aantal controleurs vast en reikt aan elk van hen een legitimatiekaart uit. Een controleur wordt benoemd voor onbepaalde tijd.

Hij kan te allen tijde uit die functie worden ontheven door het bestuur.

  1. De controleurs controleren de naleving van de bepalingen van de Visserijwet en de daarop gebaseerde overheidsvoorschriften en de bepalingen van de door of namens de vereniging uitgegeven vergunningen, alsmede de overtredingen welke zijn opgenomen in het huishoudelijk reglement.
  2. Houders van vergunningen zijn verplicht de door of namens de vereniging uitgereikte vergunning(en) en de sportvisakte op eerste aanvraag aan een controleur ondertekend te overhandigen ter controle.
  3. De controleurs zijn verplicht zich bij de eerste con­trole behoorlijk te legitimeren.

Zij zijn voorts verplicht bij het constateren van een overtreding door een lid of jeugdlid de betrokkene hierop attent te maken.

Wanneer van de overtreding rapport wordt opgemaakt dient dit ter plaatse aan de overtreder te worden mede­gedeeld.

De controleurs zijn verplicht van geconstateerde over­tredingen binnen tweemaal vierentwintig uur rapport in te zenden aan het bestuur.

Indien de vergunning niet ondertekend is, moet dit ter plaatse gebeuren, anders is men aan het vissen zonder vergunning.

  1. In het huishoudelijk reglement kunnen met betrekking tot de controleurs nadere regelingen worden opgenomen.

Geldmiddelen

Artikel 26.

  1. De geldmiddelen van de vereniging omvatten:
    1. het inschrijfgeld en de contributies van de leden en de jeugd­leden;
    2. de bedragen van de begunstigers;
    3. de opbrengst van activiteiten van de vereniging;
    4. alle overige wettig verworven baten;
  2. Bij aanvang van het lidmaatschap of het jeugdlidmaatschap na één oktober van enig jaar is over dat jaar het betrokken (jeugd)lid de helft van de voor dat jaar vastgestelde contributie verschuldigd.
  3. Wanneer het (jeugd)lidmaatschap wordt beëindigd in de loop van een vereni­gingsjaar is de contributie over dat jaar voor het geheel verschuldigd. Het bestuur kan terzake ontheffing verlenen op grond van bijzondere omstandigheden. Terug betaling van inleggeld of contributie vindt nimmer plaats.
  4. Erfstellingen zullen niet anders dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.

Verenigingsjaar; jaarverslag; rekening en verantwoording.

Artikel 27.

  1. Het verenigingsjaar loopt gelijk met het kalenderjaar.
  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanig aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde de rechten en de verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.
  3. Op de jaarvergadering als bedoeld in artikel 28 lid 2 brengt het bestuur zijn jaarverslag over het afgelopen Verenigingsjaar uit en doet het bestuur, onder overlegging van een balans en een staat van ontvangsten en uitgaven, – de jaarrekening -, rekening en verantwoording over zijn, in dat verenigingsjaar gevoerd bestuur.

Goedkeuring van die rekening en verantwoording strekt het bestuur tot decharge voor zijn bestuurswerkzaamheden gedurende dat verenigingsjaar voorzover die werkzaamheden uit de overgelegde stukken blijken en worden bij goedkeuring door de kascontrole-commissie voor accoord getekend.

  1. De ledenvergadering benoemt in de jaarvergadering op voorstel van het bestuur uit de meerderjarige leden een commissie van tenminste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur, – de kascontrole-commissie -, welke kascontrole-commissie tot taak heeft toezicht te houden op het financiële beleid van het bestuur.

Bij verkiezing van de leden van deze commissie wordt tevens één plaatsvervangend lid gekozen, die zonodig bij ontstentenis van één der leden als lid kan optreden. De leden van de kascontrole-commissie worden voor drie jaar gekozen. Ieder jaar treedt één lid af en is niet ter­stond herkiesbaar.

De kascontrole-commissie onderzoekt de rekening van verantwoording van het bestuur en brengt de ledenvergadering schriftelijk verslag van zijn bevindingen uit.

De kascontrole-commissie is bevoegd met tenminste twee commissieleden besluiten te nemen.

Besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van stemmen.

Het bestuur is verplicht aan de kascontrole-commissie alle gewenste inlichtingen te verschaffen, hem desgewenst de kas en de waarden van de vereniging te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.

De last van de kascontrole-commissie kan tussentijds door de ledenvergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere kascontrole-commissie.

  1. De ledenvergadering kan, op voorstel van het bestuur, een register­accountant of andere terzake deskundige benoemen teneinde de jaarrekening te control­eren daarbij een toelichting op te stellen en daarover een verklaring af te leggen

Ledenvergadering

Artikel 28.

  1. Aan de ledenvergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de Wet of de statuten aan het bestuur of aan een commissie zijn opgedragen.
  2. Jaarlijks, uiterlijk in de maand juni, wordt een ledenvergadering, de -jaarvergadering -, gehouden.
  3. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
    1. de voorziening in vacatures in het bestuur;
    2. de benoeming van de kascontrole-commissie voor het lopende verenigings­jaar en de voorziening in eventuele vacatures in de commissie van beroep;
    3. het jaarverslag en de jaarrekening over het afgelopen verenigingsjaar, eventueel voorzien van de toelichting en de verklaring van de register-accountant of andere deskundige, wanneer deze is benoemd;
    4. het verslag van de kascontrole-commissie over het afgelopen verenigings­jaar;
    5. de definitieve begroting voor het lopende verenigingsjaar en de voorlopige begroting voor het komende verenigingsjaar;
    6. vaststelling van de contributie voor leden en jeugd-leden en de hoogte van het inschrijfgeld voor het komende verenigingsjaar.
  4. Andere ledenvergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenst, of tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één tiende gedeelte der stemmen dit schriftelijk aan het bestuur, onder opgave van redenen en van de te behandelen agendapunten verzoekt.

In het laatste geval is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken.

Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan, door oproeping Overeenkomstig het bepaalde in het volgende artikel.

Bijeenroeping ledenvergadering.

Artikel 29.

  1. De ledenvergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur, onverminderd het bepaalde in lid 4 van het voorgaande artikel en worden gehouden binnen Nederland, ter plaatse als te bepalen door degene(n) die de oproeping voor de vergadering doet (doen) uitgaan.
  2. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden, jeugdleden of door middel van een oproep in een, binnen het gebied waarin de (jeugd)leden woonachtig zijn, veel gelezen dagblad.

De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste drie weken. Wanneer echter het bestuur een ledenvergadering bijeenroept op verzoek van de leden, als bedoeld in lid 4 van het voorgaande artikel, bedraagt de termijn van oproeping tenminste twee weken.

Bij de oproeping van een ledenvergadering worden vermeld de plaats, datum en het tijdstip daarvan, alsmede de agendapunten.

Bij de oproeping worden de op de agenda betrekking hebbende stukken meegezon­den of wordt medegedeeld op welke plaatsen en vanaf welk tijdstip die stukken voor de leden, jeugdleden ter inzage liggen.

Elk lid heeft het recht agendapunten voor de behandeling in de ledenvergade­ring schriftelijk bij het bestuur in te dienen, behoudens het geval dat het betreft een vergadering als bedoeld in lid 4 van het voorgaande artikel.   Dergelijke agendapunten dienen uiterlijk vijf weken vóór de vergadering in het bezit te zijn van het bestuur. Het bestuur neemt de door de leden ingediende agendapunten in de agenda op tenzij zwaarwegende belangen van de vereniging zich daartegen verzetten.

  1. In een ledenvergadering kan uitsluitend rechtsgeldig worden besloten ten aanzien van geagendeerde punten.

In spoedeisende gevallen kan een agendapunt staande de vergadering worden toegevoegd mits hiertoe wordt besloten met tenminste twee derden van de geldig uit­gebrachte stemmen.

De voorzitter van de vergadering bepaalt op welk moment de vergadering een aldus ingelast agendapunt zal behandelen.

De voorzitter is gerechtigd een lid, dat de orde in de vergadering verstoort, met instemming van de aanwezige leden het verder bijwonen van de vergadering te ontzeggen.

Toegang en stemrecht

Artikel 30.

  1. Toegang tot de ledenvergadering hebben alle leden en alle jeugdleden met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 lid 11, alsmede de ereleden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4. Over toegang tot de ledenvergadering van anderen beslist de voor­zitter van de vergadering.
  2. Stemgerechtigd zijn de leden;

door elk lid en derhalve eveneens door elk bestuurslid kan ter vergadering één stem worden uitgebracht.

  1. Een lid kan zijn stem niet bij volmacht laten uitbreng­en.

Voorzitterschap; notulen

Artikel 31.

  1. De ledenvergadering wordt geleid door de voorzitter van het bestuur. Bij afwezigheid van de voorzitter ter vergadering treedt één der andere bestuursleden, door het bestuur aan te wijzen, als voorzitter op. Echter in het geval het betreft een ledenvergadering als bedoeld in artikel 28 lid 4, wordt door die vergadering zelf in het voorzitterschap voorzien, hetgeen eveneens plaatsvindt wanneer de bestuursleden niet ter vergadering aanwezig zijn.
  2. Van het verhandelde in de ledenvergadering worden door de secretaris van het bestuur of diens gemachtigde of door degene die daartoe door de voorzitter van de vergadering wordt aangewezen, notulen gehouden, welke notulen door de voorzitter en de notulist van de desbetreffende vergadering worden vastgesteld en ten blijke daarvan worden getekend.

Deze notulen worden aan de volgende ledenvergadering ter goedkeuring voorge­legd en ten blijke van die goedkeuring door de dan fungerende voorzitter en notulist getekend.

Besluitvorming van de ledenvergadering

Artikel 32.

  1. Voorzover de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten door de ledenvergadering genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
  2. Blanco stemmen en ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitge­bracht.
  3. Over zaken wordt mondeling gestemd, over personen de mogelijkheid om op voorstel van de voorzitter van de vergadering een besluit te nemen bij acclama­tie.
  4. Indien bij een verkiezing van personen geen van de kandidaten het vereiste aantal stemmen heeft gekregen, wordt herstemd over de twee kandidaten, die in eerste instantie de meeste stemmen op zich verenigden.

Mochten door gelijkheid van stemmen aantal meer dan twee personen voor de herstemming in aanmerking komen, dan wordt door een tussenstemming uitgemaakt over welke twee van hen zal worden herstemd, casu quo over welke van hen tezamen met de kandidaat die in eerste instantie het hoogste aantal stemmen verwierf, zal worden herstemd. Bij herstemming en tussenstemming is diegene verkozen, die de meeste stemmen op zich verenigt.

Indien bij een herstemming of tussenstemming de stemmen staken, beslist het lot.

  1. Staken de stemmen bij een andere stemming dan wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.

Statutenwijziging

Artikel 33.

  1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een ledenvergadering, waartoe is opgeroepen met de medede­ling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
  2. Zij die de oproeping van de ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten minstens twee weken vóór de dag van die vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op twee of meer daartoe geschikte plaatsen van de leden ter inzage leggen tot de afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehou­den.

De plaatsen waar het voorstel voor de statutenwijziging ter inzage ligt, wordt bij de oproeping voor de vergadering bekend gemaakt.

Tevens kan het voorstel tot wijziging van de statuten worden opgenomen in het verenigingsblad.

  1. Een besluit tot wijziging van de statuten behoeft de meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste één procent van het aantal leden van de vereniging, op basis van dat aantal op één januari van het desbetreffende jaar, aanwezig is.
  2. Wanneer in een vergadering, waar een voorstel voor een statutenwijziging aan de orde komt, niet het overeenkomstig het voorgaande lid vereiste aantal leden aanwezig is, wordt tenminste zes weken en ten hoogste tien weken na de eerste vergadering een volgende vergadering (de “tweede vergadering”)gehouden, waarin een besluit tot wijziging van de statuten kan worden genomen, ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige leden doch met een meerderheid van tenminste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen.

Bij de oproeping voor de tweede vergadering wordt medegedeeld dat het een tweede vergadering betreft als bedoeld in dit artikel en dat aldaar kan worden besloten over de voorgestelde statutenwijziging ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige leden.

Het voorstel voor de statutenwijziging wordt wederom ter inzage gelegd als voorgeschreven in het voorgaande lid 2, waarvan de in de oproeping voor de tweede vergadering melding wordt gemaakt.

  1. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt.

De ledenvergadering is bevoegd machtiging te verlenen aan de leden van het bestuur, zowel gezamenlijk als elk van hun afzonderlijk, om de gewijzigde statuten in een notariële akte te doen neerleggen en om deze akte te tekenen.

Ontbinding en vereffening

Artikel 34.

  1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de ledenvergadering.

Het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 van het voor­gaande artikel is daarbij van overeenkomstige toepassing.

  1. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermo­gen van de ontbonden vereniging, tenzij bij het besluit tot ontbinding andere vereffenaars worden aangewezen.
  2. De bestemming van het batig saldo wordt, op voorstel van het bestuur bepaald door de ledenvergadering bij het besluit tot ontbinding, welke bestemming zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel van de vereniging dient te zijn.

Huishoudelijk reglement

Artikel 35.

  1. De ledenvergadering zal, op voorstel van het bestuur, een huishoudelijk reglement vaststellen en kan in een aldus vastgesteld reglement aanvullingen en wijzigingen aanbrengen.
  2. Een reglement mag niet in strijd zijn met de wettelijke bepalingen, ook waar deze geen dwingend recht bevatten, noch met de statuten.
  3. Het bepaalde in artikel 33 lid 3 is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling en de aanvulling of wijziging van het huishoudelijk reglement.

Aansprakelijkheid

Artikel 36.

De vereniging aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid van de leden voor ongevallen of letsel van welke aard dan ook aan leden en/of bestuursleden overkomen en/of schade aan eigendom aan leden en/of bestuursleden door: diefstal, verlies, beschadiging, verdrinking of op enige andere wijze.

Overtredingen

Artikel 37.

De overtredingen als bedoeld in de statuten bestaan uit:

  1. het niet nakomen van de bepalingen vastgelegd in de Visserijwet en de daarop gebaseerde overheids-voorschriften en de vergunningsvoorwaarden van de door de vereniging of een overkoepelende organisatie uitgereikte Grote Vergunning en/of andere vergunning;
  2. het kopen, te koop aanbieden of verkopen van vis, gevangen in door de vereniging geëxploiteerde viswateren;
  3. het gebruik van vangmiddelen waarvan de toepassing van de Visserijwet of andere overheidsvoorschriften verboden is of waarvoor geen vergunning werd verstrekt;
  4. het vissen op onsportieve wijze (bijv. dreggen);
  5. het vissen zonder ondertekende vergunning en/of medewerken aan of gelegenheid geven tot vissen zonder vergunning in de door de vereniging geëxploiteerde viswateren;
  6. het hinderen, beledigen of bedreigen van controleurs als genoemd in artikel 17 van de statuten;
  7. zich niet gedragen zoals het behoort en/of het plegen van handelingen die in strijd zijn, met de belangen van de vereniging.

Commissie ter behandeling van overtredingen.

Artikel 38.

  1. De commissie ter behandeling van overtredingen bestaat uit twee leden en één plaatsvervangend lid.

De leden en plaatsvervangende leden van de commissie worden benoemd door het bestuur op de wijze als vermeld in de statuten.

Een plaatsvervangend lid treedt in alle rechten en plichten van het lid van de commissie dat hij vervangt.

  1. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en secretaris aan en uit de plaatsvervangende leden een plaatsvervangende voorzitter en een plaatsvervangende secretaris.
  2. Telkenmale wanneer door het bestuur een lid of plaatsvervangend lid van de commissie moet worden benoemd geeft het bestuur hiervan schriftelijk kennis in het verenigingsblad of op de ledenvergadering of op enigerlei andere wijze

Binnen drie weken na deze kennisgeving kan door vijf leden schriftelijk een kandidaat worden voorgesteld voor de benoeming tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie. Het bestuur kan dit voorstel, mits gemotiveerd, terzijde schuiven.

  1. De taak van de commissie bestaat uit het behandelen van de door het bestuur aan haar overgelegde rapporten inzake overtredingen van leden of jeugdleden als mede het uitbrengen van een gemotiveerd advies aan het bestuur met betrek­king tot de geconstateerde overtredingen. Het bestuur zendt drie exempla­ren van een rapport aan de commissie.
  2. De commissie kan besluiten tot vrijspraak van betrokken (jeugd)lid of tot het seponeren van de onderhavige overtreding, tot schorsing van de betrokken (jeugd)lid voor maximaal één maand dan wel tot advies aan het bestuur om te besluiten het betrokken (jeugd)lid een waarschuwing te geven, te schorsen, of het (jeugd)lidmaatschap van dat (jeugd)lid op te zeggen dan wel dat (jeugd)lid uit zijn (jeugd)lidmaatschap te ontzetten.
  3. De commissie neemt geen beslissing dan nadat zij het betrokken lid en bij een jeugdlid eventueel diens wettelijke vertegenwoordiger(s) heeft gehoord of daartoe heeft uitgenodigd en dit lid, respectievelijk die wettelijke vertegenwoordiger(s) ook na herhaalt verzoek, daaraan geen gehoor heeft (hebben) gegeven.
  4. De commissie beslist binnen twee maanden na ontvangst van het rapport inzake de overtreding. Elke beslissing wordt genomen door de voltallige commissie, met dien verstande dat de leden van de commissie die rechtstreeks of zijdelings bij de overtreding waarover rapport is ontvangen, (kunnen) zijn betrokken aan de besluitvorming omtrent die overtreding niet meewerken en worden vervangen door de een (de) plaatsvervangend(e) commissielid (leden).

Deze regeling is eveneens van toepassing wanneer een lid van de commissie verhinderd is aan de commissie vergadering(en), waaraan de onderhavige overtre­ding wordt behandeld, deel te nemen.

  1. De voorzitter of, bij diens afwezigheid, de plaatsvervangend voorzitter stelt in overleg met de overige commissieleden de datum vast voor de behandeling van de overtreding en leidt de vergaderingen.

Deze vergaderingen zijn niet openbaar.

  1. De commissie is bevoegd inzage te vorderen van alle bescheiden die op de te behandelen overtreding betrekking hebben en leden van het bestuur en/of controleurs uit te nodigen om inlichtingen te geven. De leden van de commissie zijn tot geheimhouding verplicht terzake van de verkregen bescheiden en inlichtingen.
  2. De gemotiveerde beslissing van de commissie wordt ondertekend door de voorzitter respectievelijk de plaatsvervangend voorzitter en de secretaris respectievelijk plaatsvervangend secretaris en vermeld de namen van de overige commissieleden die aan de besluitvorming hebben deelgenomen. De commis­sie besluit bij volstrekte meerderheid van stemmen. Elk lid of plaatsver­vangend lid heeft één stem.
  3. De beslissing van de commissie, waartegen geen beroep mogelijk is, wordt gezonden aan het bestuur. Indien de beslissing inhoudt een vrijspraak, een seponeren van de onderhavige overtreding of een schorsing van het betrokken (jeugd)lid wordt een afschrift van de beslissing gezonden aan het betrokken lid en/of aan de wettelijke vertegenwoordiger(s) van het betrokken jeugdlid.

Commissie van beroep

Artikel 39.

  1. De commissie van beroep bestaat uit twee leden en één plaatsvervangend lid. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en secretaris aan en uit de plaatsvervangende leden een plaatsvervangend voorzitter. Het bestuur zendt een beroepschrift als bedoeld in artikel 5 lid 4 of artikel 7 lid 8 van de statuten onverwijld naar de commissie van beroep in zoveel exemplaren als er commissiele­den zijn, onder vermelding van de termijn waarbinnen de commissie uitspraak moet hebben gedaan.

De voorzitter of bij diens afwezigheid de plaatsvervangend voorzitter draagt er zorg voor dat een voltallige commissie bestaande uit drie personen wordt samengesteld uit de leden, respectievelijk de plaatsvervangende leden van de commissie van beroep en dat alle (plaats­vervangende) leden een exemplaar van het beroepschrift ontvangen met vermel­ding van de datum, het tijdstip en de plaats waarop respectievelijk waar het beroepschrift zal worden behandeld.

  1. De commissie neemt geen beslissing dan nadat zij de betrokken aanvrager van het lidmaatschap of het betrokken lid heeft gehoord of heeft uitgenodigd en deze aanvrager respectievelijk dit lid, ook na een herhaald verzoek, daaraan geen gehoor heeft gegeven. De commissie van beroep is bevoegd het bestuur te horen. Zij kan inzage vorderen van alle stukken die op de te behandelen zaak betrekking hebben.
  2. De commissie van beroep beslist met volstrekte meerderheid van stemmen. Elk lid of plaatsvervangend lid van de commissie heeft één stem. De vergaderingen van de commissie van beroep zijn niet openbaar.
  3. De commissie legt haar uitspraak, met redenen omkleed, vast in een schrifte­lijk stuk, ondertekend door de twee leden, respectievelijk plaatsvervangende leden die over het onderwerpelijke beroepschrift hebben geoordeeld.

Deze uitspraak wordt binnen de termijn als onder 3 bedoeld aangetekend aan de betrokken persoon toegezonden onder gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan het bestuur.

Commissie water- en visstandbeheer

Artikel 40.

  1. De commissie water- en visstandbeheer bestaat uit drie leden. Zij wijst uit haar midden een voorzitter en een secretaris aan.

De commissie water- en visstandbeheer adviseert het bestuur met betrekking tot het visserijkundig beheer van de door de vereniging geëxploiteerde viswateren.

De commissie zal daartoe zoveel mogelijk gegevens verzamelen en/of doen verzamelen betreffende de waterkwaliteit, het visbestand, de bevisbaarheid en overige relevante onderwerpen inzake de door de vereniging geëxploiteerde en/of voor een vereniging van belang zijnde viswateren.

  1. De commissie rapporteert periodiek doch tenminste eenmaal per jaar haar bevindingen aan het bestuur. Voor het doen van uitgaven is goedkeuring vereist van het bestuur.
  2. De commissie vergadert zo dikwijls zij dit nodig acht.

De commissie is bevoegd besluiten te nemen wanneer tenminste drie commissie­leden ter vergadering aanwezig zijn; besluiten worden genomen met volstrekte meerder­heid van stemmen.

Elk lid van de commissie heeft één stem.

De commissie kan zich laten bijstaan door deskundigen.

Wedstrijdcommissie

Artikel 41.

  1. De wedstrijdcommissie bestaat uit twee leden. Zij wijst uit haar midden een voorzitter en een secretaris aan.
  2. De wedstrijdcommissie heeft tot taak op verzoek van het bestuur wedstrijden te (doen) organiseren.

De bijzonderheden van een wedstrijd, waaronder het bepalen van plaats en datum, worden vastgesteld in overleg met het bestuur.

De commissie kan een wedstrijdreglement opstellen; zij legt dit ter goedkeuring voor aan het bestuur.

Het wedstrijdreglement mag geen bepalingen bevatten die in de strijd met landelijke of federatieve wedstrijdreglementen.

Voor het doen van uitgaven is goedkeuring vereist van het bestuur.

  1. De commissie vergadert zo dikwijls zij dit nodig acht.

De commissie is bevoegd besluiten te nemen wanneer tenminste twee commissieleden ter vergadering aanwezig zijn; besluiten worden genomen met volstrekte meerder­heid van stemmen. Elk lid van de commissie heeft één stem.

De commis­sie kan zich laten bijstaan door deskundigen.

Geschillen

Artikel 42.

Alle geschillen welke tussen een orgaan van de vereniging of namens de vereni­ging optredende personen en leden van de vereniging mocht ontstaan wordt bindend beslist door het bestuur.

Vastgesteld door de ledenvergadering in de vergadering gehouden

te Eindhoven op 13 mei 1991.

       voorzitter;         secretaris;             penningmeester;

       J.Haeren.            C.Rijpers.             J.Kauffeld.